Geschreven door: | |
Datum ingestuurd: | 8 oktober 2008 |
Niveau: | Docent |
Taal: | |
Woorden: | 8385 |
Opvragingen: | 661 (8 deze maand) |
Waardering: |


We hebben 5 exemplaren van Road To Revolution, de nieuwe live dvd van Linkin Park, om weg te geven!
Gebruikte editie voor het boekverslag
Gebruikte druk: 2e (paperbackeditie)
Verschijningsdatum eerste druk: 25 september 2008
Aantal bladzijden: 639 bladzijden
Uitgegeven bij : Lebowski te Amsterdam
Beschrijving voorkant
Op de voorkant van de paperbackeditie staat een grafische voorstelling van een rood emmertje met een gele bloem en het staat omgekeerd in de hand van een kind. Het is de voorstelling van et emmertje dat Lina van haar stiefvader Anthony krijgt en dat ze daarna het hele verhaal doorsleept.
Genre van het boek
.”Onze Oom “is een psychologische roman over oorlog en liefde; een queeste naar de zin van het bestaan..
De aangeleverde flaptekst
De meeste mensen hebben overtuigingen, zolang die maar niets kosten. Majoor Anthony is bereid een prijs te betalen voor zijn idealen. Als hij op een dag, tijdens een uit de hand gelopen operatie, het meisje Lina in de woonkamer van twee ‘verdachte individuen’ aantreft, besluit hij haar zonder aarzeling mee naar huis te nemen als teder geschenk voor zijn vrouw.
Onze oom is het verhaal van een meisje dat als een dode onder de levenden verkeert, van een majoor die zijn schaamte alleen kan overwinnen door heldendom na te streven en van een opstandelingenleider voor wie de revolutie een door hem te regisseren opera is.
Welke prijs moet er worden betaald voor het gebod om lief te hebben, wat kost de wens tot voortplanting, en wat de plicht om vrij te zijn? Met Onze oom schreef Arnon Grunberg een indringende roman over de prijs van de moraal. Oorlog, dat was vrijheid. De rest was amusement.
Titelverklaring
“Onze oom” verwijst in deze dikke roman steeds naar een andere mogelijkheid.
In deel I wordt er ook verwezen naar de staat als “onze oom”De staat zorgt steeds goed voor je. Een citaat op blz. 29-30 : De staat was een goede oom, maar niet elke oom kon opvoeden. Er deden gruwelijke verhalen de ronde over kinderen van verdachte individuen die na de arrestatie van hun ouders door de staat waren opgevoed. De arm van de staat strekte zich zo ver uit als mogelijk was en het had er alle schijn van dat er iets in zijn geopende hand lag, een snoepje, een speeltje. Maar zijn hand was alleen een aanmoediging, zijn hand bood eerder vriendschap aan dan redding.’
Maar in deel I noemt hij Lina ook steeds zijn nichtje, waardoor hij natuurlijk zelf weer een “oom is.” Lina zingt heel graag, al wordt dat door Paloma niet op prijs gesteld. Het lijkt alsof Lina zingt omdat ze bang is.
In deel II wordt met de oom een andere instantie aangeduid. Wanneer hij in een hoofdstuk in het deel terugdenkt aan het verleden herinnert de majoor zich een gesprek met een collega-soldaat die “de oom”als het gevaar van buiten af beschouwt: het kan zitten in de bergen, in de grond, het kan een beest zijn. Het citaat op blz. De oom is overal. De oom is deze vlakte, de oom is de berg, de oom is de grond onder je voeten, het bord dat je net op de grond hebt gezet, hij is er altijd. Als je hem te eten geeft, is hij goed voor je, maar als je hem niet meer voedt, zal hij je vernietigen.’ Het is dan een oom die zich voedt met mensenbloed. ‘Oom was een god voor hen die door de beschaving waren vergeten.’
Die overal-God is een vorm van een primitief (Indiaans?) animisme, waarin alles wat ziel heeft, god kan zijn. Ook weet hij dat je het gevaar kan bezweren door te zingen. (Vgl. deel I)
In deel III moet Lina in de goudmijn werken en daar zit een pop met een sigaar uit zijn mond.. Hij wordt door de mijnwerkers “onze oom” genoemd. Voor hem liggen flessen drank en pakjes sigaretten. Dat zijn de “offeranden” van de mijnwerkers voor onze oom.
Op blz. 480/481 volgt een uitleg.: Boven de grond heersen andere machten. [….]Misschien is er een god boven de grond, misschien niet, maar hier onder de grond is er zeker geen, hier kan God niet komen. Hier kan hij ons niet zien. In de mijn heerst onze oom. De mijn is van onze oom, de bergen zijn van hem, de aarde en de beesten. Het zou kunnen zijn dat alles van onze oom is, maar zeker is de mijn van hem en dat je hier niets zomaar krijgt. Hij geeft geen cadeautjes “
In deel IV komt er een nieuwe leider in het verhaal, De Dirigent, en weer krijgt onze oom een andere invulling. Hij noemt zich zelf de oom van het vernietigde volk. (blz 580)
Structuur en/of verhaalopbouw
De roman wordt onderverdeeld in 5 grote delen, die alle een titel dragen.
I Verleiding (onderverdeeld in 9 hoofdstukken) De volgorde van de hoofdstukken wordt chronologisch verteld. Er wordt één dag beschreven.
II Het konvooi (onderverdeeld in 9 hoofdstukken) Het verhaal speelt enkele weken later. Er worden twee dagen beschreven en er is een hoofdstuk waarin een flashback door Anthony wordt uitgewerkt (zijn verleden als soldaat)
III Relocatie (onderverdeeld in 11 hoofdstukken) Het eerste deel van deel Drie gaat verder over de berechting van Majoor Anthony. Hij sterft in vergetelheid en daarna volgende we de lijn vanuit Lina, die gaat zwerven omdat de majoor niet terugkeert. Haar verhaallijn eindigt voorlopig in de goudmijn en de vrouw van de majoor vindt een gruwelijke dood.
IV De bevruchting (onderverdeeld in 10 hoofdstukken)
De lijn van Lina wordt weer opgepakt en we zijn enkele jaren later. Lina werkt niet meer in de mijn maar moet op de kinderen passen. Ze ontmoet de Dirigent, de grootse leider van joodse afkomst die de indianen als ene messias tegemoet treedt.
V Ons bloed Dit hoofdstuk heeft min of meer de functie van een epiloog.
Gebruikt perspectief
Er is in alle delen steeds sprake van personale vertellers (zij/hij-vertellers) met enige auctoriale trekjes. De roman heeft derhalve een meervoudig perspectief.
In deel I wisselt het perspectief tussen twee vertellers. Er worden enkele hoofdstukken verteld vanuit het gezichtspunt van Majoor Anthony, maar er zijn ook enkele hoofdstukken waarin Majoor Anthony afwezig is en de lezer het verhaal door de ogen van Lina ziet. (bijvoorbeeld de overspelscène tussen Paloma en Raul)
In geheel deel II is Anthony de verteller, al zijn er wel passages waarin een impliciete auctoriale verteller het verhaal lijkt te vertellen.
In deel III is eerst Anthony de verteller, totdat hij in de bergspleet wegzakt. Daarna zien we een hoofdstuk verteld vanuit het perspectief van de huishoudster, waarna de kleine Lina het overneemt op haar zoektocht naar haar ouders. In het laatste hoofdstuk (11) is eerst Paloma nog de personale vertelster, maar het laatste deel van dat hoofdstuk zien we vanuit de visie van luitenant-generaal Raul, omdat Paloma door de terroristen is vermoord en op de bodem van haar zwembad ligt.
In deel IV is Lina eerst de personale verteller. Maar daarna wordt ze afgelost door de personale verteller, de Dirigent, een zoon van Joodse emigranten die zich tot taak heeft gezien de indianen uit hun ellende te verlossen. Daarna gaan we de bevalling en de dood van Karl zien door de ogen van Lina.
In deel V is Lina de personale verteller. Het is een verslag van een interview tussen Lina op leeftijd (een twintigtal jaren verder) en een journalist.
De tijd van het verhaal
De tijd waarin de roman speelt, wordt niet duidelijk. Grunberg verstrekt ons daarover geen gegevens. Er worden maanden noch jaartallen genoemd. Soms wordt simpel aangegeven hoeveel tijd verstreken is. (een paar weken daarna, drie jaar daarna (tussen deel Drie en Vier)
Maar wanneer de roman speelt, is niet duidelijk. Het geeft hem de mogelijkheid om helemaal in fictie op te gaan. Waar geen data zijn wordt niets controleerbaar voor de lezer. Waar in de eerste drie delen een periode van enkele maanden wordt beschreven, wordt in deel IV ene sprong van enkele jaren gemaakt. De epiloog is meer dan twintig jaar later.
De plaats van handeling
Het is lange tijd onduidelijk in de roman waar het verhaal zich afspeelt, al doet het decor wel denken aan een Zuid-Amerikaans land waar de staat een rebellenbeweging in toom probeert te houden. Je gedachten gaan als lezer uit naar landen als Bolivia, Peru, Colombia, Venezuela.
In Peru heb je bijvoorbeeld de rebellenbeweging Lichtend Pad. Pas op blz. 550 gebruikt de Dirigent voor het eerst het woord “indiaan” in de tekst. Hieruit kun je dan afleiden dat het verhaal in Zuid-Amerika speelt. Ook hier geldt de mystificatie weer voor d e algemene waarheden die Grunberg wil verkondigen
Opdracht
Het boek heeft een opdracht: “Voor Mayu.”
Motto
Het boek heeft geen motto
Uitgebreide samenvatting van de inhoud
Deel I Verleiding (blz. 11-163)
Majoor Anthony komt in een huis waar hij de twee hoofdbewoners die als vijanden van de staat worden gezien, ombrengt. Hij laat de vrouw overigens doden door zijn korporaal, wanneer hij denkt dat ze naar een pistool wil grijpen. Later blijkt het haar bril te zijn geweest. Wanneer hij dan goed luistert, merkt hij dat er een kind in de kamer ernaast is. Hij besluit het kind, dat Lina heet, te laten leven en het mee te nemen naar zijn eigen huis, waar zijn vrouw Paloma (=Duif) wacht. Ze hebben geen kinderen omdat uit onderzoek gebleken is dat Majoor Anthony dode teelballen heeft d.w.z. zijn zaad is slecht. Als compensatie voor het niet hebben van een kind heeft hij in zijn tuin wel een zwembad laten aanleggen. Dat moet zijn vrouw enigszins tevreden stellen. Die heeft echter een andere manier van tevreden stellen gevonden in de vorm van een minnaar: de luitenant-generaal Raul die liever met zijn titel dan met zijn naam wordt aangesproken. Met Raul heeft ze opwindend seksueel vertier. Wanneer Anthony Lina heeft meegenomen om zijn kinderloze huwelijk op te vrolijken, krijgt hij de wind van voren. Zo’n kind (donker van uiterlijk) wil ze helemaal niet. Paloma gaat zelfs zo te keer dat hij haar opsluit in een berghok. Dat moet hij wel vaker doen als ze een aanval van hysterie of depressie krijgt. Dat is natuurlijk geen gelukkige huwelijkssituatie.
Anthony is trouwens zo genoemd, omdat zijn vader een anglofiel was, maar veel meer informatie over zijn afkomst wordt niet aan de lezer verstrekt.
Wanneer Anthony naar zijn werk is, ontvangt ze dan ook luitenant-generaal Raul. Ze wil hem een belofte ontlokken om een kind van hem te krijgen, maar Raul vindt dat eerst de oorlog voorbij moet zijn en dan zal hij de “geile slet volpompen met zaad.” Tot die tijd zal ze hem overigens oraal moeten bevredigen en we zien dat fenomeen beeldrijk verteld vanuit het gezichtpunt van Lina die in de open deur de deur van de slaapkamer staat te kijken hoe dat in zijn werk gaat. Grunberg schuwt hier geen details.
Eerder die eerste dag had Paloma haar meegenomen naar de kapper waar ze de mooie lange vlechten van Lina laat afknippen. De kapper leeft zich uit en maakt een Frans modelletje ervan. Dan zint Majoor Anthony helemaal niet wanneer hij thuiskomt en opnieuw krijgen de twee echtelieden ruzie over het meisje dat daarbij bovendien aanwezig is. Ze gedraagt zich heel beleefd, omdat ze graag naar haar ouders terug wil, maar die zijn immers doodgeschoten. Anthony heeft echter verteld dat ze op reis zijn. Overdag heeft Anthony het huis van de ouders nog eens doorzocht op spullen. Hij had een koffertje met spullen uit het huis meegenomen. Hij was bovendien een oude buurman tegengekomen die in het huis op zoek was naar de ouders van Lina. De man is nu ten einde raad want de mensen die voor zorgden, zijn verdwenen.
Later op die eerste dag gaat hij met Lina terug naar de stad: hij wil haar officieel adopteren en heeft daarvoor papieren nodig. Officieel is Lina nu namelijk dood en “ze is as.” Terroristen worden door de staat namelijk verbrand. Hij heeft geregeld dat ze eigenlijk niet meer bestaat. Omdat ze op haar pantoffels loopt en in een pyjama, valt ze nogal op en de mensen lijken door te hebben dat ze niet bij Anthony hoort. Hij zegt dat z een nichtje is, waardoor hij meteen haar oom is.. Hij gaat naar een louche wisselkantoortje en probeert een ID voor haar te krijgen. Daarvoor moet ze op de foto en bovendien moet haar leeftijd bepaald worden. (ze heeft nog geen borsten en nog geen haar in de schaamstreek) ze zal dus nog niet zo oud zijn.
De eigenaar van het wisselkantoortje heeft pedofiele trekjes. Maar als een kind al schaamhaar heeft, kun je niet meer spreken van pedofilie. Er wordt daarom een datum gefingeerd. Die avond weer thuis is Paloma nog steeds niet in staat om Lina goed te ontvangen en Anthony sluit haar weer op in een hok. Lina slaapt op een matje en zegt plotseling dat ze kan zingen. Dat doet ze heel mooi en Anthony is tot in zijn hart geroerd vanwege zijn nieuwe dochter. Deel I beschrijft derhalve een periode van precies één dag.
Deel 2: Het konvooi (blz. 165-309)
Het begin van het tweede deel speelt enkele weken na deel I. Lina heeft een ID gekregen en Majoor Anthony spreekt met de luitenant-generaal (Raul die hij moet tutoyeren) over de memo’s die hij aan de legerleiding heeft gestuurd. Hij is namelijk van mening dat ingesloten manschappen in het noorden van het land moreel gezien geholpen moeten worden. De luitenant-generaal denkt heel anders over de oorlog, maar als Anthony blijft volhouden, krijgt hij toestemming om een konvooi voor te bereiden om de troepen in het noorden te bevrijden. Je denkt als lezer dat Raul toestemming geeft om Anthony uit de weg te ruimen (een vergelijkbaar motief zit in de bijbel wanneer David de man van zijn minnares Batseba naar het front stuurt; deze Uria moet van David ook de gevaarlijkste plek in de frontlinie worden opgesteld)
Thuisgekomen vertelt Anthony aan Lina en Paloma dat hij over een week zal weggaan van huis om een militaire missie te leiden. Hij gaat ook praten en eten met zijn vroegere getuige van het huwelijk Guido die bij de Interne Veiligheidsdienst werkt. Hij weet niet of er informatie over hem verzameld is, maar na het diner weet hij dat nog steeds niet. Hij onthult wel dat hij inmiddels een kind heeft (gestolen)
De majoor wil voordat hij op zijn missie gaat nog een keertje met Paloma vrijen. Het is een humoristisch beschreven scène waarin het duidelijke wordt waarom Paloma een buitenechtelijke relatie met de hitsige Raul heeft gekregen. Voordat hij en zij een orgasme krijgen, breekt hij het vrijen af met de belofte het af te maken na zijn missie. Hij geeft Lina een cadeautje (een schep en een rood emmertje –afbeelding titel) en voor Paloma heeft hij een kettinkje gekocht. Van de huishoudster krijgt hij nog acht verse kaneelbroodjes mee en dan komt de taxi hem ophalen.
In de kazerne aangekomen krijgt Anthony een briefing van officieren,. Die laten hem de lijst zien met mensen die meegaan. Het zijn er veel minder dan waarom hij gevraagd had en het materiaal is ook niet goed. Hij zou eigenlijk moeten weigeren te gaan, maar voor hem geldt dat hij nooit een bevel van hogerhand weigert. Maar als lezer weet je dat dit nooit goed zal aflopen. (hij heeft geen steun uit de lucht, hij krijgt te weinig mensen mee en het zijn ook nog potentiële deserteurs) Wanneer hij zijn manschappen ziet, merkt dat het allemaal losers zijn. Hier kun je de oorlog niet mee winnen. Raul komt nog afscheid nemen en dan gaan ze in de nacht op weg.
In het volgende hoofdstuk is er meteen een explosie. Eerst weet niemand wat hij moet doen en daarna blijkt dat er een explosief (een soort bermbom) het eerste voertuig heeft geraakt: er zijn geen gewonden; des te meer doden en overal liggen lichaamsdelen. Er zijn per ongeluk geen lijkzakken meegenomen en bizar is de manier waarop de lichaamsdelen onder leiding van Anthony worden verzameld ( zo wordt een hoofd in een plastic tas gepropt.) Onder zijn manschappen is al veel tegenstand merkbaar. In dit hoofdstuk wordt wel de waanzin van de oorlog beschreven. Wanneer ze weer rijden, denkt Anthony in dat hoofdstuk 8 terug aan het verleden toen hij nog met een soldaat op een controlepost op wacht stond. Ze waren aan hun lot overgelaten en de waanzin begon hen te treffen. In die passage wordt ook over “de oom “ gesproken Die is dan de belichaming van alle gevaar dat er op je af kan komen: vanuit de grond, vanachter de bergen, beesten. Het gevaar (de oom) kun je dan bezweren door te gaan zingen of te vechten. [je denkt dan als lezer terug aan Lina die ook steeds wilde zingen in het huis van Anthony. Ze is dus blijkbaar ook bang geweest] Een soldaat wordt zwaar getroffen door een automobilist die doorrijdt na de botsing. Anthony had veel moeite gedaan om de jongen te redden, maar toch moesten zijn beide benen worden geamputeerd. Hij had nog lang contact gehad met de jongen, maar de laatste tijd niet meer.
In het laatste hoofdstuk wordt het tweede voertuig getroffen door een bom. Weer zijn er veel doden, maar er is ook een gewonde jongen. De dokter is echter niet meegegaan (die was ziek) en een hospik (met enkele weken ervaring) moet een injectie toedienen. De jongen sterft en de manschappen weigeren verder te gaan. Ze weigeren het dienstbevel van Anthony om de doden te gaan bergen en de majoor weet wat hem te doen staat. Hij knalt de sergeant die het verzet van de manschappen verwoordt, neer. Ineens wordt van alle kanten geschoten. Het konvooi wordt overvallen.
Deel 3: Relocatie (blz. 313-505)
Relocatie betekent zoiets als “verhuizen, herplaatsing”
Wanneer de majoor ontwaakt, ziet hij dat hij gevangen zit (gebonden aan een paal op een basketballveld) Er komt een man op hem af die hem vertelt dat hij zijn verdediger is. Hij moet zich namelijk verantwoorden voor een volkstribunaal met een openbare aanklager. Hij verstaat er niets van en zijn verdediger fluistert hem steeds de vertaling in zijn oor. Er wordt gevraagd hoeveel mensen hij gearresteerd heeft etc. Majoor Anthony verdedigt zich met de opmerking dat hij militair is en alleen heeft gedaan wat hem opgedragen is. Maar hij is de hoogste vertegenwoordiger van de staat die ooit in het dorp is gekomen en de mensen vinden hem verantwoordelijk voor de misdaden die de staat tegenover hen gepleegd heeft. Dan, tegen de avond, loopt de tribune leeg. Er komt één jongetje naar hem toe die hem een half koekje geeft. Anthony stikt van de honger en hij neemt het koekje graag aan.
’s Nachts begint het te regenen en hij ligt drijfnat in de modder te wachten op de dingen die gaan komen. Wanneer hij zijn ogen opent, ziet hij de korporaal van zijn eigen konvooi, die hem met een geweer moet bewaken. Hij probeert hem ervan te overtuigen dat hij hem los moet maken, maar de korporaal doet dat niet: Anthony is een vijand van het volk en de korporaal kiest de zijde van het volk.
’s Morgens komt het jongetje van de vorige dag hem een maïskolf geven: Anthony beschouwt het jongetje als zijn vriend. Maar het jongetje geeft verder geen antwoord op zijn vragen. Dan wordt het volkstribunaal voortgezet, maar Anthony moet naar de wc. Onder begeleiding van mensen die ooit door de staat gemarteld zijn geweest, mag hij in een open riool zijn behoefte doen. Het is erg gênant voor hem, want hij heeft al eerder in zijn broek gescheten van angst.. Anthony praat zich op vragen van de openbare aanklager steeds verder “in de shit.” Zo geeft hij o.a. dat hij als gewetensvol militair wel eens meer mensen arresteerde dan hem opgedragen was, omdat hij een buffer voor zijn regio wilde vormen. Daarnaast voert hij aan dat hij alles zo efficiënt mogelijk en zo netjes mogelijk heeft uitgevoerd. Dan wordt hij veroordeeld: hij is schuldig aan diverse misdaden( o.a. sterfgevallen in het dorp vanwege het gebrek aan medicijnen) en hij is nu de hoogste van de staat die in het dorp is. Hij wordt veroordeeld tot de vergetelheid. Anthony weet niet wat dat is, maar hij wordt door een aantal burgers meegenomen naar een diepe bergspleet: daar laten ze hem aan een touw vastgebonden naar de diepte zakken. Het is heel erg diep voordat hij de bodem van de spleet bereikt. Zo verdwijnt hij uit het verhaal.
In het huis van de majoor denkt de huishoudster na over de situatie met Lina en Paloma.
De majoor is langer weggebleven dan hij had gezegd en Paloma kan niet met de situatie uit de voeten. Ze vertelt Lina dat haar ouders dood zijn, maar die gelooft dat niet. Lina wil haar papa en mamma gaan zoeken en zal het huis verlaten. Net als ze deed bij de majoor, krijgt Lina ook wat mee. Ze heeft verse cake gebakken. Verder neemt Lina haar emmertje en schepje mee, wat immers het laatste cadeautje van de majoor was. Ze zwerft door de stad en gaat op zoek naar haar ouders, maar voorlopig kan niemand haar helpen. Ze ontmoet kinderen die ook aan het rondzwerven zijn en zich met karweitjes in het leven proberen te houden (Jongleren en autoramen wassen bij een verkeerslicht) Soms ziet ze dat een klein kind bij een man in de auto stapt (kinderprostitutie)
Lina gaat weer op zoek naar haar huis. Ze vindt het tenslotte: er wonen andere mensen in, die boos worden als ze vraagt waar haar mama en pappa zijn. Ze geven aan dat ze maar naar de Relocatie moet gaan om een ander huis te krijgen. Daarna gaat Lina weer met de kinderen van de stad mee naar huis: ze slapen in het open veld; snuiven lijm en een jongen klimt boven op haar (of ze seks hebben wordt niet duidelijk) De volgende dag krijgt Lina van de jongleur (een van de kinderen) het advies om voor geld te gaan zingen in de bus. Ze haalt wel wat geld op. Dan gaat ze ook op zoek naar het bureau voor Relocatie. Wanneer er problemen dreigen , meldt zich een man voor haar die haar verder weer op sleeptouw neemt. Uiteindelijk belandt ze via via in een bus die haar naar een dorp met een goudmijn brengt. In de mijn zal ze moeten werken. In de mijn wordt een pop vereerd die “onze oom”wordt genoemd. Ze krijgt te verstaan dat ze haar best moet doen om “onze oom”zo gunstig mogelijk te stemmen. (bijvoorbeeld eten en drinken geven)
In het laatste (11e) hoofdstuk is eerst Paloma de vertelster. Ze mist haar man de majoor, ze mist de luitenant-generaal en eigenlijk mist ze nu ook Lina. Ze is erg eenzaam. Ze belt met de luitenant-generaal Raul of hij nu niet naar haar toe kan komen. Maar hij heeft alleen oog voor de oorlog. Hij moet eerst zijn missie afmaken. Dan zal hij haar een “fikse seksbeurt geven.”Niettemin wil ze van hem gedaan krijgen dat hij eerder een afspraak maakt. Ze kan niet wachten tot na de afloop van de oorlog. Ze gaat naar bed en bevredigt zichzelf.
De volgende morgen wordt vanuit het gezichtspunt van de luitenant-generaal beschreven hoe hij haar huis binnenkomt. Paloma vindt hij uiteindelijk op de bodem van het zwembad. Ze heeft twee kogels in haar hoofd en in haar buik (! Symbool van de vruchtbaarheid !) is een spreuk gekerfd waarvan je mag vermoeden dat de dader uit de kringen van de terroristen afkomstig is. Er staat : De wil van het volk zal geschieden (blz. 505)
Deel 4 : De bevruchting (Blz. 509-616)
Lina werkt in de mijn, maar moet na drie jaar op de kinderen van het dorp gaan passen. Ze is een volwassen vrouw aan het worden. Ze heeft seks met mannen uit de mijn (die haar beklimmen en ongeveer een minuut seks met haar hebben) Het is dus een liefdeloze bedoening.
Van een man hoort ze een verhaal vertellen over de organisatie die tegen de regering is en de man die het leidt, wordt met de naam Dirigent aangeduid. Op een dag hangt er in het dorp een lijst met de namen van alle slachtoffers die d e staat heeft gemaakt. Wanneer ze gaat kijken, ziet ze de naam van haar ouders, maar ook de naam van zichzelf op de lijst staan. Ze is dus een dode onder de levenden. Eigenlijk bestaat ze niet. Haar stiefmoeder zegt dat er een schoonheidswedstrijd wordt georganiseerd en dat Lina mee moet doen.
Lina gaat weer naar de mijn om een offer te brengen aan “onze oom.” Ze mag overigens niet in de mijn komen. Ze wil wel voldoen aan het verwachtingspatroon van haar nieuwe moeder om mee te doen aan de schoonheidswedstrijd. Van de man van de Organisatie hoort ze dat het mogelijk is dat de leider, de Dirigent, zal komen kijken in het dorp.
Het wekt natuurlijk geen verbazing meer dat het perspectief wijzigt en dat we nu kennismaken met de Dirigent. Hij is de zoon van Joodse emigranten die de oorlog hebben doorstaan (het vernietigde volk) Hij geeft zijn ambities als schrijver op om het echt vernietigde volk, de indianen (blz. 550) te redden. Eigenlijk is hij dan toch een soort Joodse Messias, nl de Verlosser van de ellende voor de indianen. Op de tribune maakt de Dirigent de verkiezingen van Miss Mijn mee. De dorpsgenoten moeten een keuze maken: de verkiezing is eigenlijk een dorpshappening waarbij mannen zoveel mogelijk drank naar binnen slaan. De Dirigent wordt voorgesteld aan de drie winnaressen. Lina heeft de derde prijs gehaald. De beloning is dat ze schietlessen krijgen en van de drievrouwen is Lina verreweg de beste schutter: het wapen (een Mauser) is eigenlijk een verlengstuk van haar lichaam. De leider valt op Lina en wil dat ze met hem meegaat. Hij heeft thuis bovendien nog een vrouw zitten Carlotta. Lina wil afscheid nemen van “onze oom”en de Dirigent gaat mee. Hij moet van haar sorry zeggen, omdat hij namelijk niet geboren is in die regio. Wanneer ze afscheid wil nemen van de enge pop, wordt ze door de Dirigent “genomen.” En het duurt deze keer langer dan de ene minuut die de mannen van de mijn vroeger nodig hadden. Als gevolg van de seksuele relatie die ze met de Dirigent krijgt, wordt ze zwanger. Met de andere vrouw van de dirigent wacht ze de bevalling af. Die is eigenlijk jaloers en Lina wil eigenlijk de baby helemaal niet. Ze geeft aan dat ze de baby haat. Wanneer de bevalling uitblijft, gaat ze met Carlotta naar een safe house om te bevallen. Ze moet bananenthee drinken en eindelijk is het zover. Ze brengt een zoontje ter wereld met hulp van Carlotta: ze noemt hem Karl (niet naar Marx of May) maar naar Karl Radek. (Karl Radek was een socialist uit Poolse kringen die ook als communist door het leven ging Bron: Wikepedia samensteller verslag)
Het is een levend kind uit een dode moeder, want nadat Lina het bericht in de krant met haar doodsbericht heeft gelezen, beschouwt ze zich als dood. Maar ze bloeit wel wat op met de kleine jongen. Dan komt op een zeker moment de vijand weer in de buurt. Ze vlucht met Carlotta de schuilkelder in van het safe house , maar de kleine Karl gaat huilen. Ze drukt de baby stevig tegen haar aan om hem geen geluid te laten maken. Als ze weer vrij adem kunnen halen, blijkt dat Karl gestorven is en Lina beseft dat ze nu pas echt dood is: ze is voor de tweede keer gestorven.
Deel V Ons bloed (blz. 620-639)
Deel V speelt ruim twintig jaar later, want de jonge journalist die haar interviewt, zou de leeftijd van haar zoon (die reeds heel lang dood is) gehad kunnen hebben. Lina is een gerenommeerd wapenhandelaarster en het heeft de journalist veel moeite gekost om haar te vinden en te bevragen. Lina begint het gesprek met te reppen over haar gestorven hond. Ze vindt de jongen wel erg jong en op haar vraag blijkt hij twee jaar eerder geboren te zijn dan Karl. Ze gaat nauwelijks in op zijn beschuldiging dat ze een handelaarster van de dood is. Het beroep heeft haar uitgekozen. Alle interesse komt voort uit verveling en alle verveling is doodgelopen interesse. Ze voelt wel wat voor de jongen om de verveling te verdrijven. Ze vraagt of hij op deze zondag nog even wil blijven. Dat wil de jongen wel.
Thema, motieven en interpretatie
Het blijft natuurlijk altijd de vraag wat Grunberg met deze roman heeft willen aantonen of wat hij als thema aan de lezer wil meegeven. Mijn inziens probeert hij o.a de waanzin van de oorlog aan te tonen. In 2007 is de schrijver op werkbezoek geweest in Irak en Afghanistan en hij moet daar de waanzin van de oorlog van dichtbij hebben meegemaakt. Maar hij laat de bermbom in deel II in een Zuid-Amerikaans land ontploffen. Pas op blz. 550 maakt hij dat overigens wat explicieter door het woord “indianen” te gebruiken voor het vernietigde volk. Er is verder geen enkele aanduiding in welk Zuid-Amerikaans land het verhaal zich afspeelt. Maar bij een oorlog als beschreven in “Onze oom”denk je al gauw aan een land als Columbia of Peru. Er is namelijk sprake van een guerrillabeweging die het opneemt tegen de staat. (in Peru heb je een beweging als het Lichtend Pad)
We krijgen te maken met een plichtsgetrouwe majoor (die ooit als verkenner begonnen is) en die al op de eerste bladzijde aan de lezer duidelijk maakt dat hij de regels die voor hem gelden, overtreedt. Hij schiet de ouders van Lina neer, die vijanden van de staat zijn, en neemt het meisje mee naar zijn huis. Hij heeft immers dood zaad en zijn vrouw wil dolgraag een baby. Hij is toch niet al te snugger en vrij rechtlijnig van karakter. Hij kan niet meegaan met zijn vrouw die een dergelijke verrassing niet wil. Sinds ze van zijn dode zaad weet, heeft ze haar pijlen op een andere minnaar gericht, de wilde Raul die beloofd heeft dat haar buik zal bloeien als een roos, zodra de oorlog voorbij is. Hilarisch en typisch Grunbergeriaans worden dan de taferelen van de orale seks hebbende Raul en Paloma bekeken door Lina. Op dat moment vinden de lezers het waarschijnlijk wel leuk dat de rechtlijnige majoor bedrogen wordt door zijn vrouw. Maar de “slechte”majoor blijkt toch ook weer niet zo slecht te zijn. Behalve dat hij Lina heeft gered van de dood (al denkt Lina daar later anders over) komt hij op voor zijn collega’s in het noorden van het land die gevangen zitten en door de staat aan hun lot worden overgelaten. Anthony schrijft daarover memo’s en zijn superieur Raul ziet nu kans om een oude Bijbelse truc toe te passen ( David zet zijn concurrent in de liefde, Uria, op de gevaarlijkste plek in de frontlinie om te kunnen trouwen met Batseba) Hij laat Anthony een konvooi voorbereiden, maar heeft hem slechts materiaal (geen luchtafweer) en ook een stelletjes losers mee van wie het leger verlost wil worden. Op de reis gaat natuurlijk van alles mis, er ontploffen bermbommen en de lijkzakken en de dokter blijken niet meegenomen dan wel meegegaan te zijn. Ook dan is Grunberg op zijn best: op absurde wijze beschrijft hij het verzamelen van lichaamsdelen in plastic tassen. Op dat moment blijkt zeker de waanzin van de oorlog of de waanzin van het geweld die Grunberg aan de kaak wil stellen. Zo’n scène doet me denken aan “Catch 22” van Joseph Heller waarin de absurde oorlog eveneens als thema aanwezig is. Wanneer Anthony gevangen wordt, werkt hij zich steeds verder in de modder en letterlijk in zijn eigen shit, wanneer hij zijn rol als militair voor een dorpstribunaal met verve verdedigt. Je zou hem bijna willen toeschreeuwen: “Hou je mond en klets je niet verder in de ellende”, maar zijn openhartigheid schenkt de schrijver de mogelijkheid hem ten onder te laten gaan in een bergspleet: hij is veroordeeld tot de dood door vergetelheid. We vernemen nadien inderdaad ook niets meer van hem. De militair die zo graag aan de regels vasthield, heeft zelfs ons medelijden opgewekt.
Dat de overspelige en geile Paloma die ook nog eens niets van Lina moet weten, moet worden gestraft, is duidelijk. Haar gruwelijke dood (ze krijgt twee kogels in haar hoofd en belandt op de bodem van het zwembad, net voordat de luitenant-generaal in haar huis komt om haar vol zaad te pompen) zou een netgoed-gevoel bij de lezer hebben kunnen opwekken. In haar buik
( die de belofte van een nieuw leven inhield) staan de woorden van wraak gekerfd. Het zou mooi geweest zijn als Grunberg het bij het einde van deel III had gehouden. Hij had Lina na de queeste naar haar ouders op een plek in het dorp kunnen reloceren, waar Anthony gestorven lijkt te zijn. (De tribune, het basketballveld, de maïskolven zijn ook elementen waarmee Anthony te maken krijgt)
Wanneer ze daar ook al in vergetelheid “onze oom”had kunnen blijven vereren, was er een beter einde aan het verhaal gekomen. Paloma op de bodem van het zwembad, Anthony op de bodem van een bergspleet en Lina op de bodem van een goudmijn.
Maar Grunberg stoort zich blijkbaar niet aan de wetten van de gewone lezer. In deel IV komt hij met een leider van Joodse afkomst op de proppen die het verhaal een andere (maar zeker geen betere) wending geeft. Opnieuw is er dan in het werk van de schrijver sprake van een Joodse Messias. Want de Dirigent (van joodse ouders afkomstig ) belooft de indianen beterschap: ze zijn immers het echt vernietigde volk. Maar ook hij houdt het bij woorden en niet bij daden. Het verhaal wordt hier langdradig en de geboorte van Karl die natuurlijk ook weer als in een soapserie sterft, is een goedkope maar zeker geen geslaagde deus ex machina. Met veel tegenzin worstel je je door de bladzijdenbrij heen en de vergelijking met een moeilijk te verteren maaltijd ( “veel voor weinig”, zoals ze bij ons in de regio zeggen)
doet zich snel voor. Dan maar liever wat haute cuisine en een wat hongerig gevoel het “restaurant van het boek “verlaten dan met de overladen retoriek van de leider. Het volkomen overbodige toetje van de epiloog bezorgt je bovendien nog het gevoel van spijt ooit in dat restaurant gegeten te hebben. Je bedenkt je wel twee keer om weer eens te gaan eten in dezelfde horecagelegenheid. Blijkbaar moet Lina nog eens overduidelijk aangeven dat een wapenhandelaar leeft bij de gratie van de vraag: er moet gedood worden, dus moeten er wapens zijn en het maakt niet uit wie de wapens levert. Dat die boodschap eigenlijk helemaal niet past bij Lina, zal Grunberg weinig uitmaken.
Grunberg haalt m.i. hetzelfde uit bij zijn andere grote romans als De Joodse messias (dat hilarisch begint maar absurdistisch eindigt ) en Tirza (een mooi verhaal dat in de Afrikaanse woestijn m.i. volkomen verzandt) Grunberg is een veelschrijver, maar hij zou eens te rade moeten gaan bij een van de beste stilisten van de Nederlandstalige literatuur, Willem Elsschot. ( met diens credo “wat niet nodig is, dient geweerd.”) Die schreef in kleine romans (waarin veel verzwegen werd) over grote thema’s (“Kaas”, “De verlossing. “Het dwaallicht.”) Grunbergs tijdgenoot Krabbé presteert in kleine romans ongeveer hetzelfde ( “Het gouden ei”, De grot” en recent het prachtige “Marte Jacobs)
Waarschijnlijk wil Grunberg in zijn roman aangeven
- dat er grenzen zijn aan goed en kwaad ,
- dat het niet altijd goed mogelijk is te bepalen wie goed is en wie slecht,
- dat er altijd in het oorlogsthema een grijs gebied is
- dat de ene partij rechtvaardiging in het gedrag van de andere partij vindt om een oorlog te beginnen en
- dat de andere partij dat weer een rechtvaardiging vindt voor zijn eigen geweld
- dat er “goede ooms “ [ Anthony] en “slechte ooms”[ Raul] zijn
[Voor je leesdossier: ]
Daarbij komen motieven aan bod als:
- de redding van het meisje
- de onvruchtbaarheid van een huwelijk
- het overspel van de vrouw om een kind te krijgen
- macht erotiseert
- de ongewenste adoptie
- het uit de weg ruimen van een rivaal
- de hulp van een vijand
- de seksuele inwijding van een meisje
- wraak en jaloezie
- het geloof in een opperwezen, dat eer moet worden bewezen
- de geboorte van een kind dat verlossing moet brengen
- de dood van een kind
- de handel in wapens
etc. etc.
Waardering scholieren.com
Met een klein vooroordeel in mijn achterhoofd ben ik aan “Onze oom “ begonnen. De twee voorgaande romans konden me ondanks leuke passages niet echt bekoren. Datzelfde gevoel overheerst na het lezen van de nieuwste roman. Tot aan het begin van het vierde deel (Je bent dan wel 500 pagina’s op weg) leest de roman best lekker weg, al doet Grunberg erg lang over het schrijven van op het eerste gezicht onbelangrijke details. (Schrijven is immers ook de kunst van het weglaten) De absurde handelingen in het konvooi zijn wel met humor beschreven. Hier doet Grunberg ook wel denken aan de absurde romans van zijn Vlaamse tegenhanger Herman Brusselmans, maar ook die grappen (o.a. van Danny Muggepuut) worden op den duur vervelend. Na deel III wordt de roman ronduit saai en geeft Grunberg met zijn draai naar een nieuwe Joodse Messias het boek een vervelende wending. Vanaf dat moment is het worstelen naar het einde. Daarom zal “ Onze oom “geen bestseller worden op lijsten voor scholieren van het voortgezet onderwijs. Niet alleen is het boek te dik, het kan ook heel goed zijn dat een middelbare scholier de draad in de roman kwijt raakt. Dat ligt dan niet aan de structuur, want die is zoals gewoonlijk in de romans van Grunberg recht-toe-recht-aan. De langdradigheid en de in deze roman zeker niet te prijzen stijl zullen leerlingen laten afhaken.
Ik denk dan ook dat de amusementswaarde voor de gemiddelde scholier niet al te hoog zal zijn. Wie de roman tot een goed einde weet te brengen en het als een nummer op zijn literatuurlijst wil zetten, verdient m.i. voor zijn doorzettingsvermogen drie punten. Maar natuurlijk zijn er altijd fervente Grunberg-aanhangers die het hosanna voor hun idool zullen blijven roepen. Maar in de recensies van De Volkskrant en Het Parool zijn de recensenten deze keer wel heel duidelijk. Niettemin zou het me niet verbazen dat bij de nominaties voor de literaire prijzen voor 2008 op long en shortlisten deze suikeroom van Grunberg zal staan.
De literaire kritiek is immers ondoorgrondelijk.
Eventueel belangrijke recensies
Een nieuwe Grunberg haalt natuurlijk altijd de literatuurpagina’s van de landelijke dagbladen en tijdschriften. Enkele van de belangrijkste recensenten worden hieronder genoemd.
Wie meer recensies wil lezen, verwijs ik hier naar de website over de roman www.onzeoom.nl
In BN/De Stem is Jaap Goedegebuure positief over de nieuwe roman van Grunberg. Hij besluit zijn recensie op 27 september 2008 met : Zelfs nu Grunberg zich oriënteert op een bestaande werkelijkheid, gaat het hem niet om een min of meer realistische weergave van de politieke en sociale omstandigheden in Latijns-Amerika. Juist de tweede helft van de roman, gesitueerd in een onherbergzaam berglandschap, krijgt al meer en meer het karakter van een gelijkenis.
“Onze oom” draait uiteindelijk om de verwoede pogingen waarmee mensen de doodse leegte in hun levens zin proberen te geven door idolen te scheppen. In alle gevallen worden die hier aangeduid als 'onze oom', onverschillig of dat personage nu de alomtegenwoordige staat belichaamt, een kaal en desolaat landschap, een met bijgeloof omgeven beeld aan wie angstige mijnwerkers sigaretten en cognac offeren, of de vergoddelijkte Grote Leider die allengs minder in zichzelf gelooft.
In de laatste driehonderd bladzijden zien we Arnon Grunberg groeien in een rol waarvoor hij zich in zijn hoedanigheid van oorlogscorrespondent aan het Afghaanse front al heeft warmgelopen: die van cultuurcriticus. Even nihilistisch en illusieloos als in zijn vroegere werk, maar toch een cultuurcriticus.
In Het Parool van 25 september 2008 is Arie Storm heel negatief over de roman. Hij besluit zijn bespreking met: Wel is duidelijk dat niemand zich in deze roman, om het maar eens soft te formuleren, wérkelijk voor een ander interesseert. 'Alle interesse komt voort uit verveling en alle verveling is doodgelopen interesse,' concludeert het groot en grunbergiaans wijs geworden meisje aan het einde van de roman. Maar ze leeft nog. Dat is al heel wat.
Met de majoor gaat het snel - nu ja, snel, we doen er meer dan 300 slopend saaie bladzijden over - mis. Hij is niet de snuggerste en wordt door zijn directe meerdere, die ook de minnaar van zijn vrouw is, op een uitzichtloze missie gestuurd die hij nota bene zelf heeft geïnitieerd. Het noorden van het land moet worden bevrijd van rebellen, en daar gaat de majoor op af met een krakkemikkig konvooi. Op zuurtjes zuigend rijdt het gezelschap soldaten op bermbommen. De majoor overleeft aanvankelijk, maar met hem wordt verder doeltreffend afgerekend door de opstandelingen.
Uiteindelijk houden we dus dat meisje over. En zij ontdekt - de ultieme wijsheid! - dat als je ze niet kunt verslaan, je maar beter met ze mee kunt doen. Maar dan heeft Grunberg alle eventuele belangstelling al volledig bij de lezer weggenomen. Daar hebben de kinderachtige stijl, de suffe dialogen, het uitleggen van alles en het toelichten van elke stap die de personages zetten effectief voor gezorgd.
Op vrijdag 26 september 2008 breekt ook Volkskrant-recensent Arjan Peters de roman af: Grunbergs enorme talent om scènes te schetsen die tegelijk bizar en ontroerend zijn, laat hem in Onze oom in de steek. De majoor is een aandoenlijke strijder – de missie gaat voor het leven, gevoelens zijn onprofessioneel –, maar de conversaties tussen de onttakelde man en het kleine meisje halen het niet bij wat Grunberg met dezelfde gegevens heeft laten zien in de romans Gstaad 95-98 (2002, met Lepeltier en Olga) en Tirza (2006, met Hofmeester en Kaisa), terwijl de schuilkelderscène in De asielzoeker (2003) de ongehoorde gruwel scherper toonde dan majoor Anthony die op het slagveld de afgerukte lichaamsdelen van gesneuvelde kameraden in plastic zakjes loopt te proppen.
Waar zit hem dat verschil in? ‘Hoop stroomde uit hem weg’, staat er al op pagina 20, en misschien komt het door die capitulatie waarmee Onze oom aanvangt, dat het daaropvolgende verwoede gevecht tegen het noodlot een voorspelbaar verloop krijgt, en een schijngevecht wordt – een als gevecht vermomde nederlaag.
Als de majoor door een volkstribunaal is veroordeeld en uit het boek verdwijnt, vervalt Grunberg bovendien in de retoriek van de driestuiverroman. Lina bezoekt het huis waar ze ooit woonde, en waar nu een vreemde man is ingetrokken. ‘Ik woon hier, meneer. Samen met mijn ouders. Weet u waar mijn papa en mama zijn?’ Later krijgt ze een kind, Karl. ‘Ik ben jou dode mama,’ fluistert ze dan, ‘en jij bent mijn levende zoontje.’ En dan gaat het kind nog dood ook. Zul je altijd zien.
In zekere zin bewijst Onze oom dat Arnon Grunberg een alleskunner is: zo veelzijdig namelijk dat hij ook een behoorlijk vervelende roman in huis blijkt te hebben.
Op maandag 29 september 2008 schrijft Yra van Dijk in Het NRC wel een positief eindoordeel. De nieuwe roman van Arnon Grunberg gaat over oorlog. Dat is voor het eerst in zijn snel uitdijende oeuvre, zou je kunnen beweren. Tegelijk heeft Grunberg nooit ergens anders over geschreven. In zijn optiek is het leven zelf oorlog, om van de liefde nog maar te zwijgen. Of zijn romans zich nu afspeelden in Amsterdam-Zuid, op een geitenboerderij in Frankrijk of in de woestijn van Namibië: de hoogspanning van het slagveld heerste. Dit nieuwe boek voert ons naar het slagveld zelf. [….].Alleen zo kan je schrijven over oorlog zonder morele standpunten in te hoeven nemen. Oorlog is er nu eenmaal, lijkt Grunberg te stellen, het enige wat we kunnen doen is hem recht in de ogen kijken. Dat is ook de enige manier waarop de roman kan ontsnappen aan zijn eigen lot: ‘De romankunst en de dichtkunst kunnen niet anders dan de moraal van de bourgeoisie uitdragen. Uitvindingen van de petite bourgeoisie zijn ze’, meent de Dirigent. [….]Nu is het er Grunberg ook niet om te doen diep psychologische portretten te schetsen. Waar het hem wel om te doen is, legt hij in de mond van een jonge journalist die figureert in de epiloog van de roman: ‘Ik probeer zo dichtbij mogelijk te komen’, zegt hij zacht. ‘Bij het gevaar, bij de vernietiging, bij de dood’.
Dat is wat de schrijver hier ook doet, zo dichtbij mogelijk komen: oog in oog met het gevaar toont de mens immers zijn ware aard. Dat maakt Onze oom de meest onontkoombare roman die Grunberg tot nog toe schreef. Kon de lezer van Tirza of van Gstaad 95-98 nog denken dat het ging om individuele psychopaten en hun moordlust: dat gaat hier niet meer op. We zijn het zelf, de mens die Grunberg al vele romans en krantenstukken lang probeert te naderen. En hij komt er steeds dichterbij.
In het weektijdschrift Vrij Nederland is Jeroen Vullings op zaterdag 27 september 2008 over het algemeen ook positief. Ook laat Grunberg zich in Onze oom kennen als een in-serieuze schrijver, meer nog dan in De asielzoeker en Tirza. Nu was zijn inzet altijd al serieus – ik doel op de verspreiding van zijn inktzwarte, nihilistische wereldbeeld. Maar het over-the-top-element, het grote geschmier, de absurde zijsprongen die tot krankjorume bijverhalen leidden – zijn handelsmerk tot en met De Joodse messias – heeft plaats moeten maken voor snijdende versobering, voor (overwegend) conventioneel vertellen. Humor is nog steeds aanwezig, maar onnadrukkelijker – en pijnlijker. Die zit hem in de rondmalende, zelfrechtvaardigende gedachten van de majoor en in de spanning tussen die verheven denkbeelden en (de suggestie van) zijn verschrikkelijke daden. [….]
“Oom’ kan kortom voor veel staan, maar niet voor iets goeds. Het lijkt alsof Grunberg – of zijn aforistische, filosofische waarden omkerende heteroniem Yasha, die nu eindelijk een roman schrijft – het via die metafoor over de huidige wereld heeft, die hij situeert in een wetteloos, godverlaten land waar de zwaksten en jongsten ten prooi vallen aan iedereen die sterker is – dat is het vleugje menselijk tekort in Grun¬bergs wereld, die toch niet zo monochroom zwart is als hij oogt. Tevens staat die verschuivende notie ‘oom’ voor het verhaal dat alle kanten op kan gaan – dat is de sensatie tijdens lezing. Bij het componeren van deze roman lijken geen behangrollen met tot in detail uitgewerkte verhaalschema’s gebruikt te zijn.
Dat mag voor anderen van groot nut zijn, maar Grunberg is eerder een intuïtieve verteller die zich ook laat verrassen door het beklemmende leesavontuur dat onder zijn handen gestalte krijgt. Beklemmend ja, want het onrecht is de ware hoofdpersoon in dit boek waarin de schrijver zich onverwacht sterk als moralist toont.
In Trouw van 4 oktober 2008 schrijft Jann Ruyters ook al niet positief over de roman als geheel. Dergelijke mooie zinnen schudden je af en toe weer even wakker bij het lezen van 'Onze Oom', een taaie en trage roman die de lezer verder met zijn eindeloze uitweidingen vooral op de proef stelt. Grunbergs figuren worden dit keer niet meer dan ideeën. Wie de kranten volgt weet dat de schrijver enige tijd in Uruzgan heeft verkeerd, maar de artikelen die hij van daar publiceerde riepen geweld, kicks en angst in oorlogssituaties levendiger op.[……] De rebellenleider heeft de dichtkunst ingeruild voor de revolutie. ?Zijn ouders waren de achtervolgden, hij heeft van rol gewisseld. Zelf achtervolgen is weliswaar niets voor hem, maar zijn taal zal de mensen achtervolgen.''
Tja. Die taal klinkt deze keer toch minder dringend. Oorlogsmisdaden worden van generatie op generatie doorgegeven; wij zijn speelballen van onze eigen en van de grotere geschiedenis. Het zijn heldere inzichten maar ze hebben wel vlees en bloed nodig om je te kunnen prikkelen.
Over de schrijver en zijn boeken
Arnon Yasha Yves Grunberg is geboren in Amsterdam in 1971 en werd op zeventienjarige leeftijd van school gestuurd. Op zijn negentiende begon hij een uitgeverij gespecialiseerd in niet-Arische, Duitse literatuur. Zijn eerste roman, Blauwe maandagen, werd een bestseller in heel Europa, won de Anton Wachterprijs voor het beste debuut en werd vertaald in dertien talen. Hij was toen slechts drieëntwintig jaar oud.
In 1997 verscheen Figuranten. Grunbergs derde roman, Fantoompijn (2000), werd bekroond met de AKO Literatuurprijs.
Grunberg schreef een moderne versie van Erasmus’ Lof der zotheid op verzoek van uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep en de gemeente Rotterdam. Het resultaat, De Mensheid zij geprezen, Lof der Zotheid 2001, won een jaar na verschijning de Gouden Uil.
Onder het pseudoniem Marek van der Jagt verscheen de roman De geschiedenis van mijn kaalheid. Opnieuw werd Arnon Grunberg bekroond met de Anton Wachterprijs, en daarmee is hij de enige auteur die deze prijs tweemaal ontving. De geschiedenis van mijn kaalheid won in Duitsland de Aspekte-Preis.
In 2002 schreef Grunberg, wederom onder het pseudoniem Marek van der Jagt, de roman Gstaad 95-98. Datzelfde jaar won hij de Duitse Literatuurprijs voor zijn gehele in het Duits vertaalde oeuvre, inclusief het werk van Marek van der Jagt.
De asielzoeker (2003) werd met lof ontvangen en bekroond met zowel de F. Bordewijkprijs als de AKO Literatuurprijs. De in september 2004 verschenen roman De Joodse messias werd genomineerd voor de Gouden Uil en de AKO Literatuurprijs.
In 2006 verscheen Tirza, dat bekroond werd met de Gouden Uil 2007 en de Libris Literatuurprijs 2007, en tevens werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs. Tegenwoordig woont en werkt Arnon Grunberg in New York. Zijn oeuvre is in meer dan twintig landen verschenen.
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.

Wat voor geldtype ben jij?
Meer weten over jezelf en je geld? Doe dan mee aan het Scholieren onderzoek van het Nibud en steun zo kinderen in arme landen!